Derde spoor Zevenaar – Duitse grens
De Betuweroute, 172 km aan spoor speciaal voor goederenvervoer. Vanuit de Amsterdamse en Rotterdamse havens rijden goederentreinen binnen 2 uur Duitsland binnen. De route wordt steeds drukker. Bovendien is de aansluiting op het Europese spoornet, richting Oberhausen, niet optimaal. Daarom wordt er in Duitsland 70 kilometer extra spoor aangelegd. Ook aan de Nederlandse zijde van de grens wordt een extra spoor aangelegd. Zo kunnen we deze handelsroute in de toekomst nog beter benutten.

Bouwen aan extra spoor

Tussen Emmerich en Oberhausen wordt de spoorinfrastructuur vernieuwd en uitgebreid tot drie sporen. Langs het nieuwe spoor komen geluidsschermen, stations worden verbouwd, en meer dan 100 viaducten en bruggen worden aangepast of nieuw gebouwd.
In Nederland komt tussen Zevenaar en de grens 3 kilometer extra spoor.  Hierdoor kunnen personentreinen en goederentreinen ieder op een eigen spoor rijden, zonder oponthoud. Daarnaast worden de sporen, wissels en bovenleidingen klaargemaakt voor meer treinverkeer.

Omleidingen via Brabantroute en Oost-Nederland
De werkzaamheden zijn in 2016 begonnen.  Tijdens de bouw zijn er periodes dat de Betuweroute niet of alleen gedeeltelijk beschikbaar is voor goederenvervoer. Dat vangen we onder andere op door treinen om te leiden.  Zo worden sommige goederentreinen omgeleid via de Brabantroute en Oost-Nederland. Vervoer van gevaarlijke stoffen gaat wel zoveel mogelijk via de Betuweroute.

Wat merkt u ervan?
Op de omleidingsroutes is het tijdelijk wat drukker met treinverkeer. De omgeving krijgt hierdoor mogelijk met meer geluid en trillingen te maken. We stimuleren vervoerders om zoveel mogelijk stille treinen te gebruiken. Ook zorgen we ervoor dat nergens de wettelijke normen voor geluid worden overschreden. Verder zijn overwegen soms wat langer en vaker dicht.

Ruimte voor meer treinen
Ná de werkzaamheden kunnen er veel meer treinen via de Betuweroute naar Duitsland rijden. Dat betekent een flinke economische impuls voor Nederland. Tegelijkertijd ontstaat er op de rest van ons spoornet meer ruimte voor personenvervoer. Goederen- en reizigerstreinen gaan elkaar dan steeds minder in de weg zitten, en kunnen steeds gemakkelijker en sneller van A naar B.